11.05.2017

'Bruisende breinen' komen bijeen

Iedereen loopt elkaar in het World Horti Center letterlijk tegen het lijf. Dat levert discussie, inspiratie en dus dynamiek op. En juist dát zijn belangrijke ingrediënten voor versnelde innovatie.

Het totale World Horti Center is circa 20.000 m2 groot. De nieuwe locatie van Demokwekerij Westland neemt met haar nieuwe  40 onderzoeksafdelingen daarvan zo’n 6.500 m2 in beslag. Het centrale gebouw is 9.000 m2 groot en hier komt de gezamenlijke ingang voor alle partijen. Een ruime trap leidt naar de eerste verdieping. Naast het centrale gebouw komen de lokalen en faciliteiten van MBO Westland, totaal 4.000 m2, bestaande uit onder andere 40 leslokalen. De 1.200 tot 1.300 scholieren van MBO Westland (Lentiz, Albeda en Mondriaan) hebben in het centrum de keuze uit 22 verschillende opleidingen op het gebied van detailhandel, zakelijke dienstverlening, handel en logistiek, techniek, groen, zorg en food. MBO onderwijs wordt verzorgd op alle niveaus. In het kennis- en innovatiecentrum ontstaat een unieke samenwerking en kennisontwikkeling tussen studenten, toeleveranciers, telers, onderzoekers en bezoekers. Op veel vlakken is dit er al maar door de fysieke samenkomst zal dit meer, sterker en hechter worden. De ‘bruisende breinen’ in het gebouw vormen de broedplaats van de internationale glastuinbouwsector. Er wordt gewerkt aan grote maatschappelijke thema’s, zoals water, voedselvoorziening, voedselveiligheid, welbevinden en duurzaamheid. En dat op drie niveaus; namelijk die van onderzoek, educatie en expositie. Deze niveaus overlappen elkaar ook nog eens in de vele faciliteiten en ruimtes die het centrum biedt. Volgens Peet van Adrichem, directeur Demokwekerij Westland, gaat het complex onder andere een voorname rol spelen in de vertaalslag van wat glastuinbouwbedrijven en -toeleveranciers bezighoudt en wat studenten daarover moeten weten en kunnen. De ‘kraamkamer’ van de glastuinbouw moet zo perfect aansluiten op de praktijk. “Daarnaast kunnen scholieren de glastuinbouw op allerlei manieren helpen bij haar mondiale vraagstukken. Het mes snijdt dus aan twee kanten. Het bedrijfsleven wordt geholpen en studenten hebben interessante opdrachten.” De directeur meent dat de MBO’ers, maar ook samenwerkingen met onder andere studenten van de Haagse Hogeschool en InHolland binnen het kennis- en innovatiecentrum, de sleutel zijn tot versnelde innovatie in de glastuinbouw.

Bedrijven praten mee over opleiding
Ook Bert de Jong, directeur van MBO Westland, ziet veel voordelen om als opleider zo dicht bij ‘het vuur’ te zitten. Het geeft een versnelling aan het verbeteren van MBO-opleidingen. Zo werkt MBO Westland voor twee nieuwe opleidingen (‘Masters of Food’ en ‘Groene Mechatronica’) en twee bestaande opleidingen (‘Handel en Logistiek’ en de ‘Teeltopleiding’) hiertoe in een project samen met het bedrijfsleven. Zo’n 75 bedrijven - waarvan een groot deel uit de tuinbouwsector komt  - dragen door de inzet van hun expertise voor een belangrijk deel bij aan het blijvend vernieuwen van de inhoud, maar ook de uitvoering van deze studies. Deze bedrijven zijn vaak gastheer en participeren binnen het World Horti Center. Zo werken bijvoorbeeld Koppert Cress, Metazet, Dutch Flower Group, Priva, SPX Nature’s Pride, maar ook Hofland van Geest Sportbegeleiding de komende vier jaar mee aan de ontwikkeling van nieuwe leerstof en het opzetten en mee helpen uitvoeren van praktijkopdrachten. Zij steken ieder 100 tot 160 uur in de ontwikkeling ervan. De nieuwe opleidingen ‘Masters of Food’ en ‘Mechatronica’ gaan in september ook voor het eerst van start in het World Horti Center. De MBO-directeur merkt dat ondernemers zich realiseren dat het een probleem wordt om voldoende gekwalificeerde werknemers te krijgen. Ze zoeken daarom graag actief aansluiting en binding met het onderwijs. Op zijn beurt ziet De Jong ook graag dat het bedrijfsleven zich mengt in de vorm en inhoud van opleidingen. “Zo voelt het in toenemende mate als een opleiding van zichzelf. Dit geeft ons de zekerheid dat we mensen opleiden waar bedrijven en instellingen in de toekomst behoefte aan hebben.” Demokwekerij Westland denkt veelvuldig mee over de invulling van het onderwijs. De Jong: “Zij is de belangrijkste gesprekspartner als het bijvoorbeeld gaat om innovatieve technieken en teeltprocessen en hoe je die hanteerbaar in een bepaalde onderwijsvorm aan biedt.”

Discussie en dynamiek
De verwachting is dat het gebouw jaarlijks zo’n 25.000 vakbezoekers trekt. Die doelgroep varieert van nationale en internationale telers, investeerders, toeleveranciers tot aan een breed scala aan klanten, zoals retailers toe. De kracht van het complex is dat deze mensen elkaar treffen in de vele functies die het gebouw kent. Van Adrichem: “Het voornaamste voordeel van het centrum is dat hier alle informatie over de laatste innovaties- en ontwikkelingen in de glastuinbouw te vinden is. Zie het als de meubelboulevard voor de internationale glastuinbouw.” Maar wat kan een bezoeker nou precies verwachten? Op de begane grond is naast een ruime entree een expositievloer van zo’n 2.000 m2 te vinden. Hier staan circa 65 participanten van Demokwekerij Westland. Zij presenteren zich daar per thema op de expositievloer; kasconstructies, teeltsystemen & logistiek, energie & klimaat, teeltbenodigdheden en diensten & advies. Ook komt daar een kantoortuin met zo’n 25 werkplekken, zo’n 12 participanten huren hier een werkplek en hebben daarnaast ook nog een klein eigen kantoor. Maar de bedoeling is niet dat mensen zich in die eigen kantoortjes ‘opsluiten’, stelt Van Adrichem. “Als verschillende partijen met verschillende disciplines samen werken in één kantoortuin levert dat juist discussie en dynamiek op. Dat kan resulteren in synergie en vaart geven aan vooruitgang van ideeën en innovaties.” Bovendien zijn mensen die in een kantoortuin werken makkelijk aanspreekbaar voor de bezoekers van het centrum.

Fieldlab
Op de begane grond is ook een groot ‘mechanisatieplein’ ingepland. Daar krijgen onder andere het Techniek Ontwikkel Loket (het voormalige IDC Robotica) en het nieuwe Fieldlab Freshteq een plek. In het Fieldlab werken toeleveranciers samen aan internationale vraagstukken die veel verder gaan dan het leveren van een kas of teeltsysteem. Zaken die ieder bedrijf vanwege de complexiteit afzonderlijk niet kan aanvliegen. Bedrijven werken in deze broedplaats gezamenlijk aan technologische ontwikkelingen en systeeminnovaties die nodig zijn om te voldoen aan complexe internationale opdrachten. Te denken valt aan grootschalige agroparken en vraagstukken op het gebied van lokale en duurzame voedselvoorziening voor stedelijke gebieden in de wereld. De partners in dit Fieldlab zijn Demokwekerij Westland, TU Delft, WUR, TNO, Greenport Horti Campus en InnovationQuarter. Ook de nieuwe all-climate kas is een onderdeel van het Fieldlab en zal ook worden ingezet voor de Teeltopleiding van MBO Westland. In deze kas (350 m2 groot) met twee afdelingen van ieder 100 m2, kunnen verschillende klimaten van waar ook ter wereld, worden nagebootst. Door hier proeven te doen, zien telers of investeerders uit het buitenland goed hoe zij het beste met Nederlandse techniek of een versimpeling daarvan kunnen telen. Van Adrichem: “Voor de marktpositie van Nederlandse toeleveranciers die actief zijn in het buitenland, is dit erg belangrijk.” Het zogenoemde ‘Expo-plein’ dat zich ook op de begane grond bevindt, is een ruimte van ongeveer 300 m2 die flexibel is in te vullen. Hier kunnen onder andere tijdelijke-beurzen, themadagen of smaakproeven komen.

Consortiumgedachte
Bezoekers die een etage hoger gaan, komen op een tweede expositievloer. Hier presenteren productie- en handelsbedrijven in de sierteelt- en voedingstuinbouw hun bedrijf, producten en productconcepten. Mark Zwinkels, directeur Food & Flowers, geeft aan dat er inmiddels 20 deelnemende bedrijven zijn, maar hij verwacht dat dit groeit richting 30 bedrijven. “Hier kunnen zij aan handel, retail, maar bijvoorbeeld ook aan internationale kwekers met hun investeerders hun productconcepten, nieuwe ideeën en de uitdagingen waar ze voor staan, laten zien en toelichten.” De bedrijven in de categorieën sierteelt, veredeling en voedingstuinbouw, staan bij elkaar. “Zo maken we het gemakkelijker voor bijvoorbeeld categorymanagers van inkopende retailers.” De combinatie van Techniek, toeleveringsbedrijven én de productie- en handelsbedrijven binnen het gebouw maakt volgens Zwinkels het plaatje kloppend. “We gaan steeds meer toe naar de consortiumgedachte. Wanneer een buitenlandse investeerder zijn zinnen zet op een glastuinbouwproject, dan moeten we dat als NL-tuinbouwland als totaalpakket aanbieden. We willen het liefst niet alleen een kas met toebehoren verkopen. We willen ook dat Nederlandse telers en kennis van adviseurs ervoor gaan zorgen dat het project voor de investeerder rendeert.” Zwinkels geeft aan dat veel bedrijven profijt zien van een plek in het kennis- en innovatiecentrum. “Het feit dat ze hier ook studenten ontmoeten en ermee kunnen samenwerken en netwerken, is voor velen een voorname reden.” Grenzend aan de expositievloer op de eerste etage komt ook een auditorium, goed voor 280 zitplaatsen. Dat moet het ‘clubhuis’ van de glastuinbouw worden. “Naast het verzorgen van onderwijs  is het te gebruiken voor congressen, ledenvergaderingen, kennisbijeenkomsten enzovoort. Het moet het gevoel geven dat als er in de glastuinbouw iets georganiseerd moet worden, dit een logische plek is. Het moet het gevoel geven van een feestje in je achtertuin.”

Geplaatst in KAS Magazine op d.d. 11 mei 2017

Tekst: Ellis Langen

Beeldmateriaal: Tuinbouw Communicatie